Ik kreeg vandaag een flyer in de bus. “Ere zij God in de hoogste hemelen”, luidde de koptekst. Afzender onbekend. Ja…God natuurlijk, …dat begrijp ik ook wel. Maar in het emailadres kwamen “denhaag” en “evangelisatie” voor. De flyer was natuurlijk niet helemáál uit de hoogste hemelen naar beneden komen dwarrelen om tenslotte in mijn brievenbus te landen. Ik bedoel, ik ken God vanzelfsprekend buitennatuurlijke gaven toe, maar ik wil ‘m nog wel eens zien in een wedstrijdje tegen Victor Mids.

Verschillende hemelen

Maar dan, “…de hoogste hemelen”? Dat suggereert dat er verschillende hemelen zijn. Lage hemelen, gemiddelde hemelen, hoge hemelen, en de hoogste hemelen. Zo heb ik er eigenlijk nog nooit naar gekeken. Maar God bevindt zich als Opperwezen in de hoogste hemelen, zoveel is wel duidelijk. Dat doet vermoeden dat de hoogste hemelen er anders uitzien dan bijvoorbeeld de laagste hemelen. Misschien wel minder luxueus, net als in het echte leven. Dat lijkt immers een logische gedachtegang want anders had je überhaupt geen onderscheid tussen de hemelen nodig. Enfin, je zult waarschijnlijk dood moeten gaan om er achter te komen hoe het werkelijk zit.

Twee flyers

Het was trouwens niet één flyer, het waren er twee. Of eentje nou bedoeld was om door te geven aan vrienden of familie, óf dat vooraf al was ingeschat dat voor mij net iets meer overtuigingskracht nodig is om de goddelijke boodschap te doen doordingen dan met één flyer mogelijk is, dat weet ik niet. Maar als God bestaat dan weet ie heus wel dat één flyer bij mij niet volstaat. Twee trouwens ook niet. Zelfs een pallet vol met dozen – tot de rand toe gevuld met flyers – niet.

Hevig verzet

Maar je merkt, zo’n gebeurtenis triggert mij toch. Het brengt me even terug naar mijn jeugd. Mijn jeugd waarin ik me hevig verzette tegen alles wat met geloven in opperwezens te maken had. En niet dat ik me verzette tegen de barmhartigheid, de goedertierenheid, het mededogen en de merendeels mooie Bijbelteksten, daar kan ik me prima in vinden. Nee, vroeger verzette ik me primair tegen de opdringerige zendingsdrang van gelovigen, en het niet kunnen inleven in mijn andersdenkendheid. Het begrip leek altijd eenrichtingsverkeer te moeten zijn. Tolerantie prediken is één ding, tolerant zijn is iets heel anders.

Hypocrisie

Dat was vroeger. Later kreeg ik steeds grotere moeite met de hypocrisie bij veel zelfverklaarde gelovigen. Hoe kun je geloven in een god, in al dat moois, het goede uitdragen, en tegelijk zo intolerant en egocentrisch zijn en alles doen wat God verboden heeft, om je er van tijd tot tijd met een paar weesgegroetjes vanaf te maken zodat je weer met een zogenaamd schone lei mag beginnen met je egocentrisme en onverdraagzaamheid. Teveel oorlogen en conflicten zijn én worden gestreden uit hoofde van een god of profeet. Walgelijk! Ze zouden de vrede moeten prediken.

De mooiste stem

Maar natuurlijk zit er ook een zeker dualisme in mijzelf. Dat heeft te maken met nostalgie, met de sfeer en gezelligheid die er ook omheen hangt. Want hoog boven alles uit hoor ik nog steeds die prachtige sopraanstem van mijn overleden moeder dat mooie kerstlied zingen “Ere zij God, Ere zij God, in den hooge, in den hooge….”.

Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen!